Defecatiedagboek kind

Het defecatiedagboek/poepdagboek wordt bij kinderen ingezet om het gebruikelijke defecatiepatroon te achterhalen. (Federatie voor Medisch Specialisten)

Doel

Het defecatiedagboek geeft inzicht in het defecatiepatroon en mogelijke defecatieproblemen van het kind. (Koppen et al., 2016)
Het dient inventariserend en evaluatief gebruikt te worden. Het defecatiedagboek geeft inzicht in het beloop van de behandeling en kan hierdoor stimulerend werken voor het kind en zijn/haar ouders. Daarnaast krijgt men een indruk over de therapietrouw. 

 

Afnameprocedure
De ouders wordt (indien mogelijk samen met het kind) gevraagd om het defecatiedagboek voor twee tot vier weken in te vullen. Het liefst totdat er een normaal defecatiepatroon behaald is. Hierop wordt de frequentie, hoeveelheid ‘ongelukjes’ in de vorm van een veeg ontlasting of echte ontlasting, aantal uitgevoerde toilettrainingen, of er sprake is van een megadrol, buikpijn, poeppijn en of er gebruik wordt gemaakt van zakjes of klysma genoteerd.

Psychometrische eigenschappen
Van de Nederlandse vertaling van het defecatiedagboek voor kinderen zijn geen psychometrische eigenschappen bekend. Van de Engelse versie is enigszins onderzocht.

Het bijhouden van een dagelijks defecatiedagboek is nuttig om betrouwbare informatie te verzamelen over de stoelgang van een kind. Intraclass correlatiecoëfficent (ICC) en Bland-Altman plots tonen goede overeenstemming (0,83) tussen het defecatiedagboek en een defecatiedagboek wat achteraf ingevuld moet worden (retrospectieve vragenlijst/herinnering). Het herinneren van de stoelgang is onnauwkeurig gebleken, waardoor het achteraf invullen van een defecatiedagboek of antwoorden geven op het defecatiepatroon niet betrouwbaar is en de voorkeur wordt gegeven aan het bijhouden van een defecatiedagboek. (Self et al., 2015; Koppen et al., 2015; van der Plas et al., 1997)

Een defecatiedagboek moet minimaal 14 dagen worden bijgehouden om betrouwbare informatie over het defecatiepatroon te verkrijgen (van der Plas et al., 1997; Koppen et al., 2016).
In de praktijk wordt het defecatiedagboek door kinderartsgastro-enterologen veel gebruikt. Significant meer dan door algemene kinderartsen (P=0.002). (Jang et al., 2019)

Indien het kind zelf het defecatiedagboek bijhoudt in combinatie met het toepassen van een beloningssysteem, vergroot dit de compliance in de therapie.  (Koppen et al., 2016)

Literatuur

  1. Federatie voor Medisch Specialisten. Website geraadpleegd op: 06-03-2020.
    https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/
    obstipatie_bij_kinderen_van_0_tot_18_jaar/
    niet-medicamenteuze_behandeling_
    obstipatie.html#tab-content-accountability

    Jang, H.J., Chung, J.Y., Seo, J.H., Moon, J.S., Choe, B.H., Shim, J.O. (2019) Nationwide Survey for Application of ROME IV Criteria and Clinical Practice for Functional Constipation in Children. J Korean Med Sci. Jul 8;34(26):e183. doi: 10.3346/jkms.2019.34.e183.
  2. Koppen, I.J.N., Lammers, L.A., Benninga, M.A., Tabbers, M.M. (2015) Management of Functional Constipation in Children: Therapy in Practice. Pediatr Drugs; 17:349–360 DOI 10.1007/s40272-015-0142-4
  3. Koppen, I.J.N., von Gontard, A., Chase, J., Cooper, C.S., Rittig, C.S., Bauer, S.B., Benninga, M.A. (2016). Management of functional nonretentive fecal incontinence in children: Recommendations from the International Children’s Continence Society. Journal of Pediatric Urology, 12(1), 56–64. doi:10.1016/j.jpurol.2015.09.008 
  4. Self, M.M., Williams, A.E., Czyzewski, D.I., Weidler, E.M., Shulman, R.J. (2015) Agreement between prospective diary data and retrospective questionnaire report of abdominal pain and stooling symptoms in children with irritable bowel syndrome. Neurogastroenterol Motil. Aug;27(8):1110-9. doi: 10.1111/nmo.12590. Epub 2015 May 28.
  5. Van der Plas, R.N., Benninga, M.A., Redekop, W.K., Taminiau, J.A., Büller, H.A. (1997) How accurate is the recall of bowel habits in children with defaecation disorders? Eur J Pediatr.  Mar;156(3):178-81.

Link: Defecatiedagboek kind

Trefwoorden: