Mictiedagboek voor kinderen

De mictielijst geeft een goed inzicht in het plasgedrag (mictiefrequentie, mictievolumes, incontinentie) en drinkgedrag van het kind. Het legt deze informatie op een betrouwbare manier vast.

Doel

De mictielijst geeft een inzicht in de grote van de plassen, hoe vaak het kind plast en hoeveel het kind drinkt gedurende tweemaal 24 uur.  Het dient zowel inventariserend, diagnostisch als evaluatief gebruikt te worden.
De mictielijst dient met de verzorger en het kind besproken te worden, wat tevens zorgt voor meer inzicht in het drink- en plaspatroon van het kind, waarna gerichte adviezen kunnen worden gegeven. (de Jong et al., 2010)

Afnameprocedure
De mictielijst wordt gedurende tweemaal 24 uur bijgehouden, waarbij wordt genoteerd hoeveel het kind drinkt en plast. Het vergt enige uitleg en kost het kind en/of verzorgers tijd.
De mictielijst is relevant vanaf ‘bereikte blaascontrole’ (zindelijkheid) of vanaf 5 jarige leeftijd.

Indien het kind een luier draagt, kunt u deze wegen. Hierbij weegt u eerst een droge luier en daarna de natte luier (verschil noteert u). Als uw kind in de luier heeft gepoept, noteer u dat erbij.
Laat een jonger kind op een potje plassen en meet vervolgens met een maatbeker de hoeveelheid geplaste urine. Een ouder kind kan direct in een maatbeker plassen.

Noteer het aantal milliliters dat het kind drinkt per drinkmoment én wat het kind drinkt.
Noteer ook of het kind een droge of natte broek heeft. Als de broek nat is noteer dan ook hoe nat:
Graad 1: Druppels kleiner dan een twee euromunt
Graad 2: Kring/scheut in onderbroek
Graad 3: Ook aan de buitenbroek zichtbaar.

Indien het kind ’s nachts nat is, laat het kind dan een luier dragen, om zo de nachtelijke urineproductie te meten. Weeg de luier 's morgens en trek het gewicht van een droge luier hiervan af.
De informatieopbrengst is: mictiefrequentie, urineoutput gedurende de dag en nacht (evt. met incontinentie), gemiddelde geplaste volume, maximaal geplaste volume, vochtintake gedurende de dag.

De ICCS maakt onderscheid tussen een verhoogde mictiefrequentie (meer dan zeven maal) en een verlaagde mictiefrequentie (minder dan vier maal). Zowel een lage als een hoge mictiefrequentie kan afhankelijk zijn van de vochtintake c.q. mictievolume en is derhalve geen specifieke parameter voor de onderliggende oorzaak.

Tweedaagse of driedaagse afname van de mictielijst bij kinderen?
In 2014 heeft de ICCS een tweemaal 24-uurs frequentie- en volumekaart aanbevolen om dysfunctie van de lagere urinewegen (LUTS) te evalueren. In 2006 werd door de ICCS nog een driedaagse mictielijst aangeraden. Een tweedaagse mictelijst blijkt statistisch en klinisch vergelijkbaar met een driedaagse mictielijst (Lopes et al., 2015). Er werden geen verschillen gezien tussen tweedaagse en driedaagse mictielijsten met betrekking tot vochtinname, maximaal- en gemiddeld mictievolume. Bij gebruik van de tweedaagse mictielijst kan een 16% negatieve fout op het gebied van de frequentie worden verwacht. Een tweedaagse mictielijst is voldoende om de blaascapaciteit en vochtinname te evalueren. De voordelen van een mictielijst over een kortere periode is de eenvoud en mogelijk betere compliance.

Psychometrische eigenschappen (Lopes et al., 2015)
Vaststellen van de mictiefrequentie heeft een sensitiviteit van 83,4%, een specificiteit van 91,7%, een positief voorspellende waarde van 80% en een negatief voorspellende waarden van 93,2%.
Vaststellen van de blaascapaciteit heeft een sensitiviteit van 97,2%, een specificiteit van 90,9%, een positief voorspellende waarde van 99% en een negatief voorspellende waarden van 88%.

Deze hoge percentages (allen > 80%) betekenen dat de gegevens (onder andere de aangegeven frequenties en volumes) die in de mictielijst worden ingevuld écht kloppen: de aangegeven frequenties en volumes.
Mictielijsten zijn betrouwbaar en reproduceerbaar (de Jong et al., 2010; Sureshkumar et al., 2001).

Richtlijn Urine incontinentie bij kinderen (de Jong et al., 2010):
Niveau 3: Er zijn aanwijzingen dat een thuis ingevulde mictielijst een betrouwbaar instrument is om het drink en plasgedrag van een kind te beoordelen.
Niveau 4:  Er is expertovereenstemming over het feit dat mictielijsten belangrijke individueel geobjectiveerde informatie over mictiefrequentie, mictieporties en mictie-intervallen geven en daarom nodig zijn voor de diagnostiek, de behandeling en de follow –up van incontinentie.

Literatuur

  1. de Jong, T.P.V.M., van den Hoek, J., van Capelle, J.W., et al. (2010) Richtlijn Urine incontinentie bij kinderen. NVU,NVK,V&VN.
  2. Lopes, L., Veiga, M.L., Braga, A.A., Brasil, C.A., Hoffmann, A., Barroso, U. Jr. (2015) A two-day bladder diary for children: Is it enough? J Pediatr Urol. Dec;11(6):348.e1-4. doi: 10.1016/j.jpurol.2015.04.032.
  3. Sureshkumar, P., Craig, J.C., Roy, L.P., Knight, J.F. (2001) A reproducible pediatric daytime urinary incontinence questionnaire. J Urol.;165(2):569-573.

Link: Plasdagboek kinderen en Richtlijn incontinentie bij kinderen

Trefwoorden: